Ontslagvergoeding en wnt

Natuurlijk vertel ik u niets nieuws als ik het begrip ‘transitievergoeding’ laat vallen. Met de invoering van deze bepaling in de Wet Werk en Zekerheid komt een einde aan de kantonrechtersformule en worden ontslagvergoedingen gemaximeerd tot 75.000 euro en bij hogere inkomens tot één bruto jaarsalaris. Dit is in lijn met de opvattingen die momenteel bestaan over de hoogte van ontslagvergoedingen van topfunctionarissen in de semipublieke sector.

Een vergelijkbare gedachte is terug te vinden in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) die op 28 juni 2014 in werking is getreden.

Betekent dit dan dat er helemaal geen escape meer is voor de kantonrechter als de specifieke omstandigheden van het geval daar om vragen? Het antwoord daarop is nee. De Kantonrechter Utrecht heeft op 1 september 2014 een aardige uitspraak [1] gedaan in een zaak tussen een woningcorporatie en haar directeur (met 21 dienstjaren op de teller). Hij had zijn functie neergelegd na kritiek van de Raad van commissarissen en het opzeggen van vertrouwen in hem door enkele gemeenten.

De directeur werd verweten een angstcultuur te hebben gecreëerd, waardoor leden van de OR hun functie al hadden neergelegd. Ook de raad van commissarissen was al eens na een kritisch rapport opgestapt. Het bespreekbaar maken van kritiek op zijn functioneren en het opzetten van een verbetertraject bleek niet mogelijk. En zo waren er nog een aantal stekeligheden over en weer.

De woningcorporatie verwees naar de WNT en vond dat er geen plaats was voor een vergoeding van meer dan 75.000 euro. De directeur haalde de kantonrechtersformule van stal en vroeg om ruim 467.000 euro.

Het is goed om te weten dat op grond van artikel 1.6 lid 2 WNT de kantonrechter bij ontbindingsvergoedingen op zichzelf niet aan de in de WNT genoemde maxima gebonden is. Het salaris van de directeur bedroeg niet meer dan de volgens de WNT toegestane maximale bezoldiging die in artikel 2.10 WNT wordt genoemd , dus de kantonrechter kon daar iets van vinden.

Het toepassen van de kantonrechtersformule vond de kantonrechter niet in lijn met hetgeen nu maatschappelijk aanvaardbaar is en verwees daarbij naar de bedoeling van de WNT en de WWZ.

Beide partijen was hier wel het nodige te verwijten en heeft de kantonrechter gekozen voor het argument van de directeur dat hij waarschijnlijk door alle commotie rondom zijn functioneren de komende twee jaar geen baan binnen deze sector zal kunnen vinden. Mede rekening houdend met zijn maximale WW aanspraken is de vergoeding door de kantonrechter naar billijkheid bepaald op 180.000 euro bruto.

Je kunt je afvragen of bij een beter toezicht door de raad van commissarissen en betere vastlegging van kritiek op het functioneren van de directeur en begeleiding er geen beter dossier had gelegen, waardoor de corporatie misschien beter uit de verf gekomen was. Moest meteen denken aan de vier grote accountants kantoren van ons land.

 

Wieco Liebrand, advocaat
[1] ECLI:NL:RBMNE:2014:3826, gepubl. 3-9-2014.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *